Baknijd en dan….

Baknijd deel 1.

Baknijd is agressie bij het af willen pakken van eten of in de buurt
komen van het eten van de hond.
In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt is dit volkomen
natuurlijk gedrag.
In de natuur geldt immers het recht van de sterkste.
Iedere dier (dus ook de hond) zal er alles aan doen om te overleven en eten is daarbij noodzakelijk.

Baknijd kan zowel voorkomen naar de baas als naar andere honden.
Bedenk dan dat u het ook niet leuk vindt als u bord met eten wordt weggehaald als u net lekker aan het eten bent.
Om baknijd te voorkomen of af te leren is het belangrijk om regels in te stellen tav. de bak, regels voor de hond, maar ook voor uw gezin.

Het uit de hand voeren zodat de hond weet dat hij van u zijn eten krijgt, is een fabel, hij weet dat toch wel.
pakt immers zijn bak, vult hem en zet hem weg.
Wel is het verstandig om hem even voor zijn eten te laten zitten
zodat u alle tijd heeft om de bak rustig weg te zetten.

De grootste vorm van baknijd naar de baas ontstaat als we bij de hond de bak zomaar weghalen.
U zit lekker te eten, plotseling pakt uw levenspartner uw bord weg, wat hij of zij vindt dat dat moet kunnen.
Als dat 3x gebeurd is bent u volgens mij ook heel boos.
Dit geldt zeker ook voor de hond, die eet om te overleven.

Graag willen we wel enige controle over het eten en de etensbak van de hond hebben, al is het alleen maar omdat we niet altijd hoeven op te letten of er iemand bij de bak komt die dan een snauw of erger krijgt van de hond.
We moeten de hond dus leren dat het gewoon is dat we bij zijn bak komen, maar dat het niet is om zijn eten af te nemen is.

Het afleren van baknijd is een proces gebaseerd op positieve
beloning.
Om te beginnen gaan we leren dat het pakken van de bak altijd
positief is, we geven de hond 3/4 van de maaltijd, zodra hij klaar is met eten, pakken we de bak en vullen hem met de rest van het eten, is hij nu klaar dan belonen we hem voor zijn goede gedrag met een extra beloning.

De volgende stap is om hem na het eten van de eerst deel van de maaltijd bij het pakken van de bak een aai geven, rustig over de rug, als positieve bekrachtiging.
Het aaien gaan we langzaam naar voren halen (oftewel als hij bijna klaar is), let hierbij goed op de signalen van de hond.
Als het net gelijk goed gaat doen we een stapje terug.

Als alles goed gaat, gaan we het weghalen van de bak naar
voren halen (dus als er nog een heel klein beetje in zit) en vullen hem bij.
De hond leert nu begrijpen dat we de bak niet weghalen om hem af te pakken, maar om hem bij te vullen (en dat is natuurlijk positief).
Bij iedere stap die mislukt zijn we te snel gegaan, en moeten we dus een stapje terug doen.

Baknijd deel 2:

Eerst zouden we ons moeten afvragen waarom we baknijd zo’n
probleem kan zijn.
De reden ligt niet zozeer in het niet af willen geven van het eten, als wel de gevaarlijke situatie die kan ontstaan als we te dicht bij de bak komen.
Een goede baas zorgt voor zijn hond, maar leeft vooral in harmonie met de hond.
Dingen met je hond doen alleen om te laten zien dat je de baas bent, is als een werkgever die vindt dat zijn werknemer alles moet doen omdat hij het loon uitbetaald.
Een hond leert meer van positieve ervaringen dan van correcties.

Soms komen er honden bij de stichting (en ook bij asielen bijv.) die een zeer erge vorm van baknijd hebben.
Deze honden vallen op hun eten aan, voeren uit de hand leidt tot
gevaarlijke situaties en bij benadering van de bak ben je je leven bijna niet veilig.
Deze honden hebben geen vertrouwen in de “nieuwe” baas, zijn vaak flink onder gewicht en het voedsel is ook vaak als machtsmiddel door de oude baas gebruikt.
Juist bij deze honden is de baknijd zo erg dat erg gevaarlijke tot zeer gevaarlijke dingen zouden kunnen gebeuren.

Om te beginnen gaan we de hond leren dat het zijn eten niet hoeft te schrokken, dit kan door een soepkom op zijn kop (of rubberen noppenmat) in z’n bak te zetten, en het voer om te soepkom verdelen, hierdoor moet de hond meer moeite doen om te eten.
Tevens geven we in kleine hoeveelheden, dit zorgt voor rust in z’n maag, en hij leert dat er eten genoeg is.
Als het al mogelijk is geven we beloningen uit de hand, en hierbij
gebruiken we de vlakke hand.
Nooit onthouden we de hond van eten, en als de hond zijn eten heeft gekregen laten we hem rustig eten (voor zover de hond al rustig eet).

Pas als de hond hieraan gewend is, kunnen we over gaan op eten
geven uit de hand.
Niet zozeer om te laten zien aan de hond dat wij degene zijn die hem eten geven, maar wel om de hond te leren rustig te eten en ons toe te laten tot zijn eten.

Veel later kunnen we hierbij allerlei opdrachten laten doen, hierbij bevorder je het contact met de hond.
Laat echter de opdrachten altijd volgen door beloning in de vorm van voedsel, en zorg er voor dat je de hond niet frustreert door te moeilijke opdrachten.

Bij deze honden kan de training weken en maanden duren, maar door consequent te zijn, goed te bouwen aan het vertrouwen van hond in jou als baas, en altijd te denken hoe ver de hond in z’n
ontwikkeling is, kunnen we voorkomen dat er gevaarlijke situaties ontstaan.